Skip to content

Grafschennis

Ik zei: ik ben maar een
een lijk, een ding
van huid en haar ontdaan

Maar zij zagen
in mij hun verhaal
groeven mij op, pakten mij
tot op het mergbeen aan

gebruikten mijn botten als een stok
om levenden mee te slaan

Zeiden:’Jouw angst is ongegrond,
als je al bestond was je een nacht
zonder sterren en zonder maan.’

En ik kroop door het stof
als een slang zonder staart
en zonder kop

boog mijn takken over het water
gaf nagels en tanden
aan de schaduw
die lengde in het licht
van mijn gestolen naam

Advertisements